12 november 2013

Drs. M.V. van Andel (UMCG)

De voordracht begint met een geserreerd fragment van De Drie Prinsen van Serendip (1302) van Amir Khusrau, een grootse dichter in de Perzische taal. In 1754 heeft de Britse briefschrijver Horace Walpole het woord serendipity gemunt. Hij leidde het af van dit sprookje: ‘als hun Hoogheden reisden, deden ze steeds ontdekkingen, door toevalligheden en scherpzinnigheid, van dingen waar ze niet naar op zoek waren.’. Het woord serendipiteit werd voor het eerst in 1833 gedrukt en vervolgens alleen gebruikt in literaire kringen. Pas in 1945 werd de term in de wetenschap ingevoerd, door een experimenteel fysioloog, Walter Cannon, aan de Harvard Medical School. De wetenschapssocioloog Robert Merton, introduceerde het woord in de sociale wetenschappen, ook in de veertiger jaren.